Nameserver en DNS-record zijn verschillende dingen

De nameservers geven aan waar de gezaghebbende DNS-zone wordt beheerd. Binnen die zone staan records voor de website, e-mail en verificatie. Twee namen van nameservers invullen maakt op zichzelf nog geen zone aan. Je DNS-provider moet het specifieke domein kennen en de zone actief publiceren. Gebruik de exact toegewezen servernamen uit het account van die provider.

Zone aanmaken → Records invullen → NS controleren → Registratie starten
Zone aanmaken → Records invullen → NS controleren → Registratie starten

Standaard DNS of een eigen provider

Bij de standaardkeuze wordt ClouDNS gebruikt. Kies je een eigen provider, voeg het domein dan eerst daar toe en kopieer de toegewezen nameservers. Bij een bestaand domein moet je ook oude e-mailrecords behouden. Een verandering van nameservers zorgt ervoor dat records bij de vorige DNS-provider niet meer leidend zijn.

Diagnoseer de fout op de juiste laag

Een typefout in een nameservernaam verschilt van een niet-gepubliceerde zone. Controleer eerst de spelling, dan de zone bij de provider en daarna de registratiebevestiging. Voeg niet willekeurig een extra nameserver van een andere provider toe: beide providers zouden dan dezelfde zone consistent moeten kunnen beantwoorden.

Jouw praktische checklist

  • Maak de zone vooraf aan.
  • Gebruik minimaal twee verschillende nameservers.
  • Kopieer exact de toegewezen namen.
  • Controleer website én e-mail na wijzigingen.

Goed om te weten

Kan ik de nameservers later wijzigen?

Ja. Bereid eerst de nieuwe DNS-zone voor en houd rekening met caches en eventuele DNSSEC-sleutels.

Klaar om jouw naam te controleren? Begin met het exacte domein en vergelijk daarna alternatieven. Zoek een domeinnaam →

Bronnen & verder lezen

Originele gids van de chname.ch redactie. Archiefdata ordenen deze bibliotheek; deze gids is gemaakt en gecontroleerd op . Bij gewijzigde vereisten zijn actuele provider- en registry-instructies leidend.