Kies het type dat bij de bestemming hoort

Een A-record verwijst naar een IPv4-adres; AAAA gebruikt IPv6. Een CNAME maakt een hostnaam een alias van een andere hostnaam. MX wijst naar de mailservers voor inkomende e-mail. TXT wordt onder andere gebruikt voor verificatie en e-mailauthenticatie. Het veld naam of host bepaalt voor welk onderdeel het record geldt. Een lege host staat in veel beheersystemen voor het hoofddomein; controleer hoe jouw provider dat weergeeft.

Domeinnaam → Nameservers → Juiste recordtype → Bestemming
Domeinnaam → Nameservers → Juiste recordtype → Bestemming

Werk alleen in de actieve zone

Controleer eerst welke nameservers bij de registratie staan. Alleen de zone die zij publiceren is leidend. Een wijziging bij je oude DNS-provider heeft geen effect als je nameservers inmiddels elders staan. Maak vóór aanpassingen een kopie van de huidige records. Wijzig vervolgens één functie tegelijk en test die apart, zodat een websitekoppeling geen onbedoelde e-mailstoring veroorzaakt.

Jouw praktische checklist

  • Controleer de actieve nameservers.
  • Maak een kopie van de zone.
  • Kies het juiste recordtype.
  • Test de gewijzigde dienst afzonderlijk.

Goed om te weten

Moet ik DNS wijzigen bij mijn registrar?

Alleen als de registrar ook je actieve DNS beheert. Bij externe nameservers wijzig je records daar.

Klaar om jouw naam te controleren? Begin met het exacte domein en vergelijk daarna alternatieven. Zoek een domeinnaam →

Bronnen & verder lezen

Originele gids van de chname.ch redactie. Archiefdata ordenen deze bibliotheek; deze gids is gemaakt en gecontroleerd op . Bij gewijzigde vereisten zijn actuele provider- en registry-instructies leidend.